Omslag van 'SEO voor de non-profit (beta-release)'

5. Factor 2: Content

De 2e factor in het 3-factorenmodel is content. En dat is natuurlijk waar het uiteindelijk om draait: goede content, die aansluit bij de behoefte van de bezoekers.

5.1 Informatiepagina's en andere soorten pagina's

Grofweg kun je zeggen dat er 3 soorten pagina's zijn:

  • Informatiepagina's (zie voorbeeld hieronder): pagina's bedoeld om bezoekers over een bepaald onderwerp te informeren. Bijvoorbeeld bij een gemeente de pagina Paspoort.
  • Navigatiepagina's (zie voorbeeld hieronder): pagina's bedoeld om je bezoekers te laten navigeren, meestal naar een informatiepagina. Een zoekresultatenpagina zou je ook hieronder kunnen indelen, het is immers een soort navigatiepagina.
  • Overige pagina's, die niet primair bedoeld zijn voor enkel informeren of enkel navigeren. Zoals een homepage (is een mengeling van informeren en navigeren) en een formulier.

In het algemeen zijn de informatiepagina's interessant voor zoekmachines. De inhoud van een navigatiepagina is niet interessant, want deze bevat alleen maar linkjes naar de informatiepagina's. Het is zelfs beter als Google deze pagina niet indexeert, want je wilt niet dat mensen de navigatiepagina vinden maar de informatiepagina.

In dit hoofdstuk over content gaan we uit van informatiepagina's.

5.2 Structuur van je pagina

Een goede structuur van je tekst is cruciaal voor een goede vindbaarheid. Een goede structuur betekent dat je het belangrijkste bovenaan zet en dat je de pagina goed structureert met betekenisvolle tussenkoppen.

In ons e-book Webcontent besteden we uitgebreid aandacht aan het goed structureren van je content. Hieronder volgt een korte samenvatting.

Belangrijkste bovenaan

Zoekmachines gaan ervan uit dat het belangrijkste bovenaan staat. Dat begint met de titel bovenaan, gevolgd door de 1e alinea, waarin de kernboodschap voor de bzoeker staat.

Opbouw in titel, lead en body

Een belangrijk kenmerk van een goede structuur is het opbouwen van de pagina met een titel, lead en een body. Bijna alle pagina's hebben deze structuur. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld een homepage, landingspages en een zoekresultatenpagina.

Betekenisvolle en unieke titel

Een betekenisvolle titel maakt direct duidelijk wat er op de pagina te vinden is. Daarnaast is deze titel uniek. Hebben 2 verschillende pagina's dezelfde titel, dan is dat verwarrend voor bezoekers en voor zoekmachines. Vergelijk dat met dat wanneer je een boekwinkel binnenloopt en je 2 boeken kunt kopen met dezelfde titel. Dat is niet handig en leidt er vast toe dat mensen het verkeerde boek kopen. Met een paginatitel is dat niet anders.

2 soorten paginatitels

Enigszins verwarrend is altijd dat een webpagina 2 paginatitels heeft:

  • De paginatitel die staat in het element title. Dit is in feite meta-informatie over de pagina en staat in het head-gedeelte van de pagina. Het is zichtbaar in het tabblad van je browser.
  • De zichtbare titel boven de content, vaak opgenomen in het h1-element. Deze vind je in het body-gedeelte.

Betekenisvolle lead

Direct onder de titel staat de lead. De lead bevat de kernboodschap voor jouw bezoekers; het geeft zo goed mogelijk antwoord op de belangrijkste vragen die jouw bezoekers hebben.

Betekenisvolle tussenkoppen

Als de content van de pagina langer is dan enkele alinea's is het zinvol om tussenkoppen te gebruiken. Ook deze tussenkoppen zijn betekenisvol.

5.3 Semantisch opmaken van content

Met semantiek bedoelen we de betekenis die een tekst heeft. Deze betekenis zit bijna altijd in de broncode. Ze is dus niet direct zichtbaar voor bezoekers, maar wel voor zoekmachines, want die indexeren de broncode.

Headings

Alle koppen op de pagina zijn opgemaakt met een zogenaamd heading-element. Met de headings geef je aan zoekmachines aan wat de structuur is van je pagina en is dus belangrijk voor een goede indexering van je pagina.

Zie de uitgebreide uitleg op Headings voor betekenisvol opmaken.

Het h1-element gebruik je voor het hoogste niveau, de zichtbare titel van de pagina. Het h2-element gebruik je voor het 2e niveau, dus het 1e niveau van de tussenkoppen. Tussenkoppen op het 3e niveau hebben een h3-opmaak. Je kunt maximaal tot h6 gaan.

Gebruik van opsommingen

Opsommingen zijn belangrijk voor bezoekers om je content goed te kunnen scannen, maar ze zijn ook belangrijk voor zoekmachines. Ze moeten dan wel echt als opsomming zijn opgemaakt; in de broncode is dat herkenbaar aan het <ul>- of <ol>-element.

Overige semantische opmaak

Er zijn nog veel meer elementen die semantische informatie geven aan zoekmachines. Bijvoorbeeld:

  • 'blockquote' voor een citaat
  • 'definition list' voor een de definitie

Voor Google zijn ze belangrijk om de betekenis van de tekst beter te begrijpen.

Metadata

Een andere vorm van semantiek vinden we in de metadata die je aan de pagina of aan stukjes content kunt toevoegen. We besteden hier uitgebreider aandacht aan in ##hoofdstuk 8.

5.4 Woordgebruik

Woordgebruik en user intent

In het algemeen kun je zeggen: kies de woorden die jouw doelgroep gebruikt om iets te zoeken. Zoekmachines kijken of deze of verwante woorden voorkomen in hun index en geven de meest relevante resultaten terug in de SERP. Het draait dus allemaal om de woorden van de bezoeker. Sluit dus met de content zo veel mogelijk aan bij de taal van je bezoeker.

Toch gaat het niet sec om de woorden die iemand gebruikt, maar om hun intentie, want vaak gebruiken mensen een bepaald zoekwoord of zoekwoordcombinatie, maar zijn ze eigenlijk naar iets anders op zoek. Bijvoorbeeld iemand die zoekt op 'slechte formatting in Excel' is wellicht juist op zoek naar 'goede formatting in Excel'.

Zoekmachines proberen daarom om nog een stap verder te gaan: ze proberen op basis van de zoekwoorden te weten wat de eigenlijke vraag van de bezoeker is. We spreken dan vaak over de search of user intent: wat is het doel van zijn bezoek? Voor Google is het achterhalen van de user intent wellicht het belangrijkste doel.

Kijk dus niet alleen naar de zoekwoorden die iemand gebruikt, maar probeer te achterhalen wat het doel was van de bezoeker.

Concept-denken met LSI

Mensen denken in concepten, niet in losse woorden. Zoekmachines kijken daarom niet enkel naar 1 woord, maar interpreteren dit woord in de context van andere woorden op de pagina.

Bijvoorbeeld: mensen zoeken een nieuwe bank, maar dat is meer dan een woord. Ze zijn wellicht ook bezig met: zithoek, huiskamer, leer, stof en bekleding, 2-zitsbank, 3-zitsbank, aanbieding en fauteuil.

Dit verschijnsel is al lang bekend. Vanuit de neurolinguïstiek is dit bekend als Latent Semantic Indexing (LSI):

  • Latent is onbewust.
  • Semantic staat voor inhoudelijk gerelateerd.
  • Indexing betekent dat het aan elkaar gekoppeld is.

Ons brein gebruikt dus LSI om teksten te begrijpen. Wanneer een tekst veel inhoudelijk gerelateerde woorden bevat, dan begrijpen we die tekst beter. Dat betekent dat woordvariatie juist goed is; je tekst wordt er begrijpelijker van.

Maar nu komt het leuke gedeelte: Google en co hebben dit ook begrepen en zij maken daarom ook gebruik van vergelijkbare technieken als LSI. Het gaat dus niet zozeer om het gebruik van 1 specifiek woord, maar vooral om de wolk van woorden die samen een concept aanduiden.

Conclusie: denk goed na over de woorden die mensen associëren met een bepaald woord en gebruik deze woorden.

Woorden van de bezoeker vinden

  • Brainstorm met collega's/vrienden over een bepaald begrip, bijvoorbeeld 'paspoort' of 'dwangstoornis'. Zo kom je al vaak op woorden waar je niet aan gedacht had. Zelfs als je in je eentje gaat brainstormen :-)
  • Kijk naar de woorden die mensen gebruiken in de interne zoekfunctie van je site. Deze vind je in de bezoekersstatistieken van je site.
  • Kijk naar de woorden in Google waarmee mensen op jouw site zijn gekomen. Nadeel: de meeste woorden zijn tegenwoordig onbekend.
  • Zoeksuggesties van Google zelf: als je het woord intypt, kijk eens welke zoeksuggesties Google zelf geeft.
  • Gebruik de Keyword Planner van Google Ads.

5.5 Positie van de woorden

Topposities

In een pagina met content zijn sommige plekken voor Google belangrijker dan andere. Belangrijke plekken voor de trefwoorden zijn:

  1. Paginatitel in het title-element (zichtbaar in tabblad browser)
  2. Url (of webadres)
  3. Titel van de pagina (h1-tekst)
  4. 1e alinea('s)
  5. Tussenkoppen (h2's en h3's)
  6. Linkteksten
  7. Opsommingen
  8. Alt-teksten bij betekenisvolle afbeeldingen

Inhoudsvolle links

Voor zoekmachines hebben linkteksten ook extra waarde. Daarom is het belangrijk dat de linktekst betekenisvolle woorden bevat. Niet 'klik hier', want dat heeft geen betekenis. Maar wel 'training Piwik'.

De waarde van deze link (link juice) geeft Google aan de pagina waar de link naar toe gaat.

Linken naar andere sites is dus goed voor de sites waar je naartoe linkt, maar het is ook voor je eigen site. Door te linken naar andere sites geef je aan dat je de bezoeker wil helpen naar interessante content. En dat waardeert Google.

Google associeert de site waar je naar toe linkt met jou. Als je linkt naar (mogelijke) dubieuze sites, voeg dan een rel-attribuut no-follow aan de link toe. Hierbij kun je denken aan een reactiemogelijkheid op je site waar allerlei mensen berichten kunnen posten.

Alt-teksten voor betekenisvolle afbeeldingen

Google is blind en kan dus niet de afbeeldingen op jouw site bekijken. Brengt de afbeelding betekenis over, dan moet die betekenis ergens in de tekst staan. Als die betekenis niet in de omliggende tekst staat, voeg je aan de afbeelding een tekst toe via het alt-attribuut:

<img src=”kokosnoot.jpg” alt=”kokosnoot”>

Let er op dat het hier gaat om het alt-attribuut, niet om het title-attribuut:

<img src=”kokosnoot.jpg” alt=”kokosnoot” title=”kokosnoot>

Dit title-attribuut geeft de mouse-over aan je link en is vrijwel nooit nodig. Gebruik het daarom liever niet.

Lees ook onze uitgebreide uitleg over dit onderwerp: Toegankelijk en vindbaar maken van afbeeldingen

Zoekmachinevriendelijke url's

Belangrijke woorden van de pagina komen bij voorkeur ook voor in de url van de pagina. Bij voorkeur is de url goed leesbaar, zoals in het voorbeeld van de gemeente Almelo:

www.almelo.nl/paspoort

Dit noemen we een zoekmachinevriendelijke url.

Hieronder een voorbeeld van een zoekmachine-onvriendelijke url bij de gemeente Texel:

www.texel.nl/mozard/!suite05.scherm1439?mNch=gz8zuizfm5

Onvriendelijk voor zoekmachines en voor mensen.

5.6 Samengestelde woorden: wel of niet gebruiken?

Een veelgestelde vraag als het gaat over SEO is: hoe gaan we om met samenstellingen van verschillende woorden? Voorbeelden van samenstellingen zijn:

  • zoekmachineoptimalisatie: zoekmachine + optimalisatie
  • e-mailmarketing: e-mail + marketing

Op het web zie je heel veel samenstellingen die los worden geschreven. Een belangrijke oorzaak hiervan is dat in het Engels de woorden vaak los schrijft. De neiging om dat ook in het Nederlands te doen wordt ook wel de 'Engelse ziekte' genoemd.

Als het over SEO gaat, is de vraag natuurlijk: wat moet je nu doen voor een goede vindbaarheid? Schrijf je 'pdf bestand' of 'pdf-bestand'? Hetzelfde geldt voor de vraag of je voor SEO wel of niet een verbindingsstreepje moet gebruiken: wat scoort beter, ebook of e-book?

Google interpreteert inderdaad losse woorden ('zoekmachine optimalisatie') anders dan aan elkaar geschreven ('zoekmachineoptimalisatie'), maar de verschillen zijn in de loop van de jaren veel kleiner geworden. Soms verwaarloosbaar. Hetzelfde geldt voor wel/niet een verbindingsstreepje en voor enkelvoud/meervoud.

Maar naast directe vindbaarheid is er meer, bijvoorbeeld geloofwaardigheid en branding. Taalkundige fouten maken weinig uit voor het begrijpen van informatie, maar wel voor je geloofwaardigheid. Om die reden kun je het beste kiezen voor de correcte schrijfwijze. Google probeert voortdurend te indexeren zoals mensen lezen, dus het verschil zal steeds kleiner worden. Het zou best vervelend zijn dat je alles verkeerd schrijft voor Google om 3 maanden later te merken dat Google de juiste schrijfwijze ook goed indexeert.

Daarnaast kun je ook variëren door de woorden op verschillende manieren op te schrijven, zoals ’zoekmachineoptimalisatie’ en ’optimaliseren voor zoekmachines’.

Het opnemen van de verkeerde schrijfwijzes in de metatag keywords is nutteloos, want zoekmachines maken geen gebruik meer van deze metatag.

5.7 Goed opgemaakte pdf-bestanden

Het web bevat niet alleen html-pagina's, het wemelt ook van de bestanden, zoals pdf- bestanden. Ook daarvan wil je dat ze gevonden worden in zoekmachines. Om de vindbaarheid hiervan goed te krijgen moet je zorgen dat ze aan vergelijkbare eisen voldoen als html-pagina's. Dus:

  • Geef het bestand een titel in de meta-informatie
  • Bouw de tekst op met titel – lead – body
  • Gebruik betekenisvolle koppen en tussenkoppen, opgemaakt met kopstijlen
  • Geef betekenisvolle afbeeldingen een alternatieve tekst
  • enzovoort

Een pdf goed vindbaar maken is weer een heel apart onderwerp. Dit bespreken we in ons e-book Toegankelijke pdf's maken met Microsoft Word.

top

Was dit nuttig?

Feedback

Contact

Vul dit in als je wil dat we contact met je opnemen.