Omslag van 'Handboek webcontent: meer focus, minder content'

15. Woordgebruik

Gebruik de woorden die je bezoekers ook gebruiken. Woorden die vaak gebruikt worden en concrete woorden maken je tekst begrijpelijker. Variatie in woorden maakt je tekst begrijpelijker én verbetert de vindbaarheid van je tekst. Door te brainstormen met enkele mensen vind je al vrij snel de woorden die bezoekers waarschijnlijk gebruiken. En er zijn ook andere bronnen die je kunnen helpen met het vinden van de woorden.

15.1 Kies de woorden van de bezoeker

De sitebezoeker kennen we niet. McGovern noemt hen de 'strangers' in zijn boek 'The Stranger's Long Neck'. Maar je kunt wel een redelijke inschatting maken van de woorden die sitebezoekers gebruiken. In het algemeen zijn dit hoogfrequente woorden, maar voor specifieke onderwerpen is dit ook vaktaal.

Mensen blijken teksten makkelijker te begrijpen als je varieert in je woordgebruik. Sommige mensen zeggen bijvoorbeeld 'afval', anderen zeggen 'vuilnis'. Door af te wisselen, bedien je iedereen. En ook zoekmachines.

Het kiezen van de juiste woorden is belangrijk én moeilijk. McGovern zegt daarover:

Words are extraordinary essential to drive behaviour on the web. (...) It is a world of content, but it is not a world of content like we were taught in school or in university. It is not about sentences, it is actually about words and links that truly drive behaviour.

Er zijn verschillende mogelijkheden om de woorden van bezoekers te vinden:

  • Brainstorm met je collega's.
  • Vraag het aan klanten.
  • Vraag collega's die contact hebben met jullie klanten welke woorden klanten gebruiken.
  • Doe gebruikersonderzoek.
  • Bekijk de zoekwoorden van de zoekfunctie van je eigen site.
  • Bekijk de trefwoorden in het hulpprogramma Zoekwoordplanner in Google Analytics.
  • Bekijk de zoekwoorden die 0 resultaten gaven in de zoekfunctie op je site.

15.2 Gebruik hoogfrequente woorden

Woorden die vaak voorkomen begrijpen mensen beter. Neem bijvoorbeeld de zin hieronder:

Nederland heeft behoefte aan een gebouwde omgeving en bijbehorende infrastructuurvoorzieningen van hoge kwaliteit.

Die kun je ook schrijven als:

Nederland heeft goede gebouwen en goede wegen nodig.

15.3 Gebruik concrete woorden

Mensen begrijpen concrete woorden beter. Ook zijn concrete woorden betekenisvoller, want ze zeggen precies wat jij bedoelt. Als je het exacte aantal weet, noem dit dan. Schrijf liever: 5, 12, 20 enz. in plaats van: heel wat, veel of een aantal.

Met concrete woorden en cijfers vergroot je de geloofwaardigheid van je tekst.

Voorbeelden: van abstract naar concreet

AbstractConcreet
middelengeld
transportvrachtauto, trein
veeteeltkoeien

Relatieve aanduidingen voor positie: liever niet

Wees voorzichtig met woorden als: bovengenoemd, eerdergenoemd, hiernavolgend. Mensen lezen een webpagina niet van boven naar beneden, maar 'hoppend' en kris-kras. Soms kun je wel hierboven of hieronder gebruiken.

Gebruik geen links of rechts, want wat op een desktop rechts op het scherm zit, kan op een mobiel scherm wel eronder zitten. Met de komst van responsive lay-outs zijn de termen links en rechts nutteloos. Ze zijn ook betekenisloos voor mensen die het scherm niet kunnen zien, zoals blinde mensen.

Niet goed is:

Alle onderwerpen staan in het menu links.

Wel goed is:

De onderwerpen:
(en dan direct de onderwerpen noemen)

Niet goed is:

Rechts vindt u alle downloads.

Wel goed is:

Meer informatie vindt u onder het kopje 'Downloads'.

15.4 Schrap overbodige woorden

Wil je snel een tekst verbeteren, begin dan met schrappen.

Modale woorden: liever niet

Modale woorden zwakken de boodschap af en hebben vaak geen betekenis. Laat ze weg, als dat kan. Denk aan woorden als:

  • misschien
  • eventueel, enigszins
  • in principe
  • over het algemeen

Modale werkwoorden: liever niet

Modale werkwoorden (of modale hulpwerkwoorden) zijn ook vaak niet nodig. Dit zijn woorden zoals kunnen, willen, zullen en mogen.

De zin:

Voor het maken van een afspraak kunt u bellen met onze medewerker op ...

kan veel korter:

Maak een afspraak met onze medewerker...

Vervang voorzetseluitdrukkingen door een enkel voorzetsel

Voorzetseluitdrukkingen zijn combinaties van voorzetsels, zoals ten aanzien van. Ze maken je tekst onnodig ingewikkeld en je kunt ze praktisch altijd door 1 woord vervangen.

Enkele voorbeelden:

Voorzetseluitdrukking Alternatief
als gevolg van door
door middel van door, met
in het bijzonder met name
in tegenstelling tot anders dan
in verband met vanwege
in verband met omdat, vanwege, wegens
met andere woorden anders gezegd
met betrekking tot over
met het oog op om
ten aanzien van over, voor, tegen
ten behoeve van voor
ten gevolge van door

Gebruik zo min mogelijk 'niet'

In een zin met 'niet' schrijf je wat je niet wilt dat de lezer denkt of doet. Het is duidelijker en effectiever om in de tekst te zetten wat iemand juist wel moet doen.

Origineel:
Schreeuw niet tegen uw puber.

Herschreven:
Praat rustig en duidelijk tegen uw puber.

Origineel:
Vergeet niet uw oude paspoort mee te nemen.

Herschreven:
Neem uw oude paspoort mee.

Nog lastiger zijn dubbele ontkenningen in een zin. Bekijk onderstaande uitspraak van Melanie Schultz van Haegen:

Ik wil met een alcoholslot voorkomen dat hun auto niet start.

Wat staat er?

A: Met een alcoholslot kan je dat de auto starten.
B: Met een alcoholslot kan je dat de auto niet starten.

Ze bedoelt B, maar ze zegt A.

Nog een voorbeeld:

Wilt u of kunt u de niet-gebruikelijke zorg niet als mantelzorg (laten) leveren, dan moet u dat nadrukkelijk aangeven in het indicatiegesprek.

Wat staat er?

A: Als je mantelzorg levert die niet gebruikelijk is.
B: Als je niet-gebruikelijke zorg levert die geen mantelzorg is. (goed)

Dus: vermijd dubbele ontkenningen.

15.5 Varieer je woordgebruik

Variatie in woordgebruik leidt tot een beter tekstbegrip. Dat komt doordat ons brein niet in losse woorden denkt, maar meer in conceptuele begrippen. Als je tegen iemand 'twitter' zegt, dan associeert hij daar direct allerlei woorden mee die er voor hem allemaal mee te maken hebben. Dat gaat vaak onbewust. De ander denkt dan bijvoorbeeld aan:

  • Karin (zijn vriendin twittert veel)
  • Trump (was die dag trending-topic op twitter)
  • mobiele telefoon (hij twittert op zijn mobiel)

Dit verschijnsel heet Latent Semantic Indexing (LSI). Ons brein associeert onbewust (latent) woorden die inhoudelijk (semantisch) aan elkaar gerelateerd zijn.

Wil je dat een tekst begrijpelijk is en goed wordt onthouden, varieer dan juist in je woorden. Schrijf je een artikel over het afval dat de gemeente ophaalt, gebruik dan ook de woorden 'vuilnis', 'container', 'buiten zetten' en 'tuinafval'. Het gaat natuurlijk ook niet alleen om afval, het gaat om alles wat hierbij meespeelt: dat je het afval buiten moet zetten, dat de gemeente het ophaalt, dat je afval moet scheiden enzovoort. Jouw tekst gaat ook nooit over 1 woord, maar altijd over een concept, waar veel woorden bij horen.

Ook voor laaggeletterden is woordvariatie belangrijk. Kies daarbij vooral de woorden die zij kennen.

Een voorbeeld. Als je denkt aan de WOZ-belasting (Waardering Onroerende Zaken), welke woorden associeer je hierbij? Kijk vervolgens eens op de site van jouw gemeente. Vind je deze woorden terug in de tekst? Zo ja, dan voldoet deze tekst aan onze LSI-check en helpt deze woordvariatie om de tekst beter te begrijpen.

Ook Google gebruikt deze LSI-techniek om de juiste zoekresultaten te presenteren. Zoekmachines doen dus niets anders dan naspelen hoe onze hersenen werken.

15.6 Gebruik geen jargon

Jargon gebruik je liever niet op een website. Jargon zijn eigen woorden die slechts bij een kleine groep gebruikers bekend zijn. Vaak is het jargon gekoppeld aan een organisatie of een specifieke groep mensen. Medisch specialisten hebben het over 'onder algeheel' als ze bedoelen dat de patiënt onder algehele narcose gaat. Of over een tc: een telefonisch consult. Militairen hebben het over een 'lupaatje', en je weet vast niet wat dat is (behalve als je in het leger hebt gezeten). Dat is een lunchpakket.

Voor iemand bij een waterschap is 'kuub' wellicht een gewoon woord, maar weet de lezer van de site ook de betekenis, namelijk: kubieke meter?

Het gebruik van organisatiejargon is vaak een gevolg van aanbodgericht of organisatiegericht denken. Gemeenten hebben het bijvoorbeeld over hun 'producten', want zo heet dat binnen de gemeente. Ben je ooit bij de gemeente geweest voor een 'product'? Product is een aanbodgericht woord, gedacht vanuit de eigen organisatie. Niet vanuit de klant, de bezoeker. Want die komt voor een bouwvergunning, zijn belastingaanslag of het verlengen van een paspoort.

15.7 Vaktaal mag, maar leg het wel uit

Naast jargon bestaat er ook vaktaal. Vaktaal gebruik je als er geen goed alternatief voor is. Maar in de meeste gevallen moet je de term wel uitleggen, want het gaat vaak om laagfrequente woorden die niet iedereen begrijpt.

Een voorbeeld van vaktaal is laryngitis, ontsteking van het strottenhoofd.

Andere voorbeelden hiervan zijn precariobelasting, jurisprudentie, logaritme, quantummechanica en metronoom. Stuk voor stuk laagfrequente woorden, maar er is geen goed alternatief.

In het algemeen schrijf je je tekst voor een brede doelgroep. Het is gevaarlijk om ervan uit te gaan dat jouw lezers jouw vaktaal allemaal begrijpen. Door te variëren in woorden en soms een woord uit te leggen zorg je dat de meeste mensen je tekst wel begrijpen.

Meer weten?
Vakjargon / vaktaal / jargon - Taaladvies.net

15.8 Vermijd beeldspraak

Gebruik zo min mogelijk beeldspraak.

Bij beeldspraak maak je een vergelijking met iets anders. Daaronder valt ook symbolisch of figuurlijk taalgebruik. Beeldspraak is vaak vaag en je moet een taal goed beheersen om beeldspraak goed te begrijpen.

Vaak zijn het spreekwoorden of zegswijzen, zoals in het voorbeeld hieronder.

'Hoge bomen vangen veel wind', zei het Kamerlid als reactie op de commotie over zijn rijgedrag.

Bekijk ook het voorbeeld hieronder.

Uitspraken van de Raad van State zijn een wassen neus voor overheden en ministers.

Wat wordt er nu precies bedoeld? Doen zij niets met de uitspraak, of een beetje?

Beeldspraak komt heel veel voor in de taal, vooral in uitdrukkingen, bijvoorbeeld:

De minister liet het rapport links liggen.

Beeldspraak heeft een aantal problemen:

  • Vaak blijft onduidelijk wat iemand bedoelt. Het is verhullend taalgebruik.
  • Mensen met minder goede taalvaardigheden begrijpen beeldspraak niet altijd. Jouw tekst wordt dus minder goed begrepen.
  • Mensen met autisme vatten taal vaak letterlijk op. Dat leidt tot misverstanden.

Beeldspraak is vooral geliefd in de politiek en bij het management van organisaties, juist omdat beeldspraak verhullend is en je de gebruiker niet kunt aanspreken op wat hij zegt. Wil je juist verhullend zijn, dan is beeldspraak een uitkomst.

15.9 Gebruik signaalwoorden of structuuraanduiders

Signaalwoorden of structuuraanduiders zorgen voor de verbinding tussen zinnen en alinea's. Zij verhogen de leesbaarheid van de tekst. Daardoor begrijpt de lezer de samenhang tussen de verschillende delen van de tekst beter.

Op Taaluilen staat een mooi voorbeeld. Eerst de tekst zonder structuuraanduiders:

Spinnen aan de drugs

Een normaal spinnenweb ziet eruit als een fietswiel. Een spin heeft drugs gekregen. Het web dat ze weeft neemt heel andere vormen aan. Amerikaanse onderzoekers stelden het vast. Ze deden een aantal proeven met stimulerende en verdovende middelen.

Spinnen die onder invloed zijn van marihuana beginnen hun web te weven op de gewone manier. Na een poosje verliezen ze hun concentratie. Ze raken verdoofd. Het web ziet er in het midden uit als een normaal web. Aan de buitenkant zit het vol gaten.

Dan dezelfde tekst, verrijkt met structuuraanduiders:

Spinnen aan de drugs

Een normaal spinnenweb ziet eruit als een fietswiel. Maar als een spin drugs heeft gekregen, neemt het web dat ze weeft heel andere vormen aan. Dat stelden Amerikaanse onderzoekers vast toen ze een aantal proeven deden met stimulerende en verdovende middelen.

Spinnen die onder invloed zijn van marihuana beginnen hun web te weven op de gewone manier. Maar na een poosje verliezen ze hun concentratie en raken ze verdoofd. Het web ziet er in het midden nog wel uit als een normaal web, maar aan de buitenkant zit het vol gaten.

De tekst is nu een samenhangend geheel.

15.10 Gebruik geen relatieve tijdsaanduidingen zoals gisteren

Als je vandaag een artikel publiceert, weet je niet wanneer bezoekers jouw artikel lezen: vandaag, morgen of wellicht over een jaar. Relatieve tijdsaanduidingen zijn daarom verwarrend voor lezers. Het gaat om aanduidingen zoals:

  • morgen
  • volgende week
  • vorige maand
  • gisteren
  • jongstleden

Wees daarom altijd specifiek als je iets meldt over tijd.

Niet goed:

De beslissing over de nieuwbouw neemt de raad volgende week.

Wel goed:

De beslissing over de nieuwbouw neemt de raad op 12 januari 2017.

Schrijf ook altijd altijd het jaartal erbij. Dus niet 28 juni, maar 28 juni 2017.

Een tekst met een relatieve tijdsaanduiding of met een datum zonder jaar roept vraagtekens op bij bezoekers. Ook als jouw site altijd up-to-date is, want dat weten bezoekers van jouw site niet.

15.11 Afkortingen

Taalafkortingen: liever niet

Gebruik in je webtekst liever geen taalkundige afkortingen, zoals:

  • bijv.
  • z.s.m. (zo spoedig mogelijk)
  • m.m.v. (met medewerking van)

Deze afkortingen komen nog uit de tijd dat papier en inkt schaars was. Maar we hebben het hier over webteksten, dus gaat het niet meer over papier en inkt. Incidenteel – bijvoorbeeld in een tabel als je weinig ruimte hebt – kun je wel een taalafkorting gebruiken.

Afkortingen van onbekende namen: 1e keer voluit schrijven, afkorting tussen haakjes

Afkortingen van namen van bijvoorbeeld organisaties schrijf je uit bij het 1e gebruik. De afkorting zet je tussen haakjes er achter. Dus:

De zorg voor kinderen met autisme spectrum syndroom (ass) is bij gemeenten slecht geregeld. (…)

Het gaat om ongeveer 20% van de kinderen met ass in Nederland.

Is een afkorting bekend (zoals KLM, NRC, pdf) dan kun je gewoon de afkorting gebruiken. Wat wel of niet bekend is, moet je een beetje op je gevoel vaststellen. Je kunt bijvoorbeeld kijken of de afkorting in een woordenboek is opgenomen.

Afkortingen in titels mogen wel

Vaak is een afkorting in een titel niet te vermijden, omdat anders de titel te lang wordt. Leg de afkorting direct uit in de lead:

Gemeenten falen in de zorg voor kinderen met ass

De zorg voor kinderen met autisme spectrum syndroom (ass) is bij gemeenten slecht geregeld. Gemeenten bieden deze zorg niet goed door gebrek aan geld en capaciteit.

Afkortingen van dagen

Normaal schrijf je de dagen uit, zoals vrijdag. Soms heb je weinig ruimte, bijvoorbeeld als je in een smalle tabelkolom de openingstijden kwijt wil.

Taaladvies zegt hierover:

  • Gebruik 2-letterafkortingen. Na de afkorting mag een punt, maar dat mag ook zonder punt.
  • Woensdag, vrijdag en zaterdag kun je ook met 3-letterafkortingen schrijven.

Dus de volgende afkortingen zijn goed:

  • maandag: ma. en ma
  • dinsdag: di. en di
  • woensdag: wo. of woe. en wo of woe
  • donderdag: do. en do
  • vrijdag: vr. of vrij. en vr of vrij
  • zaterdag: za. of zat. en za of zat
  • zondag: zo. en zo

Afkortingen: kleine of grote letters

Veel gebruikte afkortingen schrijf je in kleine letters (zie ook Onze taal: BTW of btw). Dus het is btw en pdf. Dit geldt niet voor eigennamen: het is KLM en NRC.

15.12 Cijfers en begrijpelijkheid

Gebruik cijfers voor getallen

Mensen begrijpen cijfers beter dan getallen die tekstueel zijn uitgeschreven. Dat blijkt onder andere uit onderzoek van Jakob Nielsen. 8 is dus duidelijker voor mensen dan acht. De regel dat je beter cijfers tot 20 tekstueel kunt uitschrijven is achterhaald. Ondersteuning voor het gebruik van cijfers vind je ook in de Schrijfwijzer van Jan Renkema.

Cijfers zijn ook zonder taalkennis te begrijpen. Stel dat je een Portugese menukaart onder ogen krijgt en geen Portugees beheerst: dan weet je dankzij het gebruik van cijfers in ieder geval wel wat een gerecht kost. (Alleen nog niet wat je bestelt...)

Het gebruik van cijfers is beter voor de begrijpelijkheid, maar ook voor het onthouden van de informatie. En voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de afzender. Ook dat blijkt uit het eerdergenoemde onderzoek van Nielsen. Mensen hebben meer vertrouwen in sites die concrete, specifieke cijfers gebruiken.

Ook rangtelwoorden schrijf je beter in cijfers, dus 1e en 2e.

Bij het noemen van een datum schrijf je juist wel de maand tekstueel uit. Dat mag ook afgekort tot 3 letters, dus bijvoorbeeld 3 sep 2018.

Cijfermatige informatie: hou het eenvoudig

Laaggeletterden hebben moeite met het interpreteren van cijfermatige informatie, zoals berekeningen van de WOZ-aanslag, de opbouw van de energierekening en de hoogte van een hypotheek. Het IALS-onderzoek onderscheidt 3 soorten geletterdheid:

  • prozageletterdheid
  • documentgeletterdheid
  • kwantitatieve geletterdheid

Kwantitatieve vaardigheden – anders gezegd cijfervaardigheden – zijn dus ook onderdeel van geletterdheid.

Heb je informatie waarbij de getallen ook belangrijk zijn, presenteer de cijfers dan zo los mogelijk van de tekst. Maak er geen redactiesom van. Bekijk onderstaande tekst eens, zoals die op de oude website van de gemeente Barendrecht stond: hoeveel inwoners heeft Barendrecht?

Wonen

Barendrecht gelegen tussen Rotterdam en Dordrecht, heeft een oppervlakte van 21,74 km2 (=2.174 ha.). Het is een vrij dichtbevolkt gebied met gemiddeld 841 woningen per km2. Het aantal inwoners per km2 is 2.137 en de gemiddelde woningbezetting is 2,54.

15.13 Gebruik van speciale tekens

Gebruik algemeen bekende icoontjes, zoals de icoontjes € en %. Die maken het scannen van de informatie makkelijker.

De tekens moeten groot genoeg zijn om leesbaar te zijn op een beeldscherm. Zo is het teken ½ minder geschikt, omdat de tekstgrootte klein is. Gebruik liever ook geen subscript en superscript, want dat is ongeveer 30% kleiner dan gewone tekst. Schrijf dus liever niet m², maar m2. En niet CO2, maar CO2.

15.14 Leestekens

Leestekens in opsommingen

We hanteren de richtlijnen die ook Jan Renkema (Schrijfwijzer) hanteert:

  • Is het item een zin, schrijf het als een zin. Dus start met een hoofdletter en eindig met een punt. Een item is een zin als het een onderwerp en werkwoord bevat.
  • Is het geen zin (dus het onderwerp of een werkwoord ontbreekt), gebruik dan geen leestekens zoals een puntkomma of een punt. Een hoofdletter aan het begin kan.

Aanhalingstekens bij citaten

Voor zowel citaten als het uitlichten van een tekst in een zin gebruik je enkele aanhalingstekens.

Bijvoorbeeld:

De leraar riep 'Ga nu de klas uit'.

De leraar hield er zo zijn eigen 'regels' op na.

Voor het web gebruik je liever geen cursief, want dat is minder goed leesbaar. Dan liever vetgedrukt of enkele quotes.

Dus dit niet:

Een ander woord voor een samenvatting is een lead.

Liever dan vetgedrukt:

Een ander woord voor een samenvatting is een lead.

Of met enkele quotes:

Een verwijzing van de oude pagina naar de nieuwe kun je het beste doen met een '301-redirect'.

Gebruik bij de enkele quotes alleen de verticale versie. Veel tekstverwerkingsprogramma's kennen een beginquote ( ‘ ) en een eindquote ( ’ ). Op het web wordt dit niet altijd goed vertaald naar deze tekens. Vermijd ze dus liever.

Zie ook de Online Schrijfwijzer van Jan Renkema.

top

Feedback

Contact

Vul dit in als je wil dat we contact met je opnemen.