Omslag van 'Handboek webcontent: meer focus, minder content'

27. Toegankelijke social media

Als jouw organisatie actief is op social media dan moet de content die je daar plaatst ook voldoen aan de eisen voor digitale toegankelijkheid.

27.1 Niet het kanaal, wel de content

In de richtlijnen voor digitale toegankelijkheid staat alleen dat ‘webpagina’s’ toegankelijk moeten zijn. Daar staat niet expliciet bij om welke pagina’s dit gaat. Dat zijn niet alleen de pagina’s van je eigen website. Het zijn ook pagina’s of content van jouw organisatie op andere websites.

Een website die niet van jezelf is, kun je niet toegankelijk maken. Wat je daarop zet wel. Publiceer je een video? YouTube of Vimeo kun je niet toegankelijk maken. De video die je daar publiceert wel. Gebruik je Twitter voor webcare? Twitter kun je niet toegankelijk maken. Je tweets wel.

Om jouw content op social media toegankelijk te maken, moet je letten op tekst, afbeeldingen en video. We gaan hier in de volgende paragrafen uitgebreid op in.

27.2 Schrijf direct duidelijke taal

Direct duidelijk taalgebruik is niet alleen prettiger voor mensen die laaggeletterd zijn, maar ook voor hoogopgeleiden. Er heeft nog nooit iemand geklaagd dat iets te gemakkelijk te begrijpen is. In een eerder hoofdstuk gingen we al in op de zin en onzin van begrijpelijke taal. Hoe je direct duidelijk schrijft legden we uit in de hoofdstukken Woordgebruik en Zinnen.

27.3 Gebruik begrijpelijke hashtags

Een hashtag (#) is een manier om berichten over hetzelfde onderwerp te bundelen. Het fenomeen begon in 2007 op Twitter en werd al snel ook op andere social media populair. Sinds #MeToo kun je de hashtag bijna niet meer wegdenken uit onze taal.

Iedereen kan hashtags maken. Je hoeft ze niet op te zoeken of aan te vragen. Je schrijft in je post gewoon een #. Dat maak je met Shift + 3. Daar plak je zo veel letters of woorden achteraan als je maar wil. Zodra je een spatie zet, wordt het vanzelf aanklikbaar. Als je erop klikt, krijg je alle berichten te zien waar deze hashtag in voorkomt. Dat werkt op alle social media-kanalen hetzelfde. Als je in Google zoekt op een hashtag, zie je meerdere social media-kanalen terug in de zoekresultaten.

Hashtags zijn niet uniek. Dezelfde combinatie kan verschillende dingen betekenen. #ncdt staat bijvoorbeeld zowel voor Nationaal Congres Digitale Toegankelijkheid, als voor National Coffee Data Trends, iets met bitcoins en een Vietnamees magazine.

Het is gebruikelijk om veel woorden aan elkaar te plakken in een hashtag. Doordat je geen spaties kunt gebruiken is het soms onduidelijk wat er precies staat: #leestditnouechtlekker. Dit is niet prettig voor mensen met dyslexie, laaggeletterden en mensen die slecht zien.

Het kan bovendien voor verwarring zorgen. #susanalbumparty kun je op 2 manieren lezen: Susan album party of iets vulgairs. Dat was een foutje van het reclamebureau dat in 2012 het nieuwe album van Susan Boyle lanceerde.

Dit kun je oplossen door underscores te schrijven in plaats van spaties: #underscore_ofwel_liggend_streepje. Maar dat is niet zo gebruikelijk op social media. De meeste mensen beginnen ieder woord met een hoofdletter #DatIsVoorIedereenPrettiger. Dat heet CamelCase.

27.4 Gebruik geen emoticons

Een emoticon is een combinatie van leestekens en letters. Daarin kun je een gezicht zien dat meestal een kwartslag gedraaid is. Het lachende gezicht :-) is hier het bekendste voorbeeld van.

Van een emoticon is niet altijd duidelijk wat het moet voorstellen, zoals bij >:-D. Dat betekent ‘gemeen’. Voorleessoftware leest emoticons niet altijd goed voor. Gebruik daarom nooit emoticons in je social media posts.

27.5 Gebruik emoji’s met mate

Een emoji is een kleine afbeelding die je aan je tekst kunt toevoegen. De gele gezichtjes zijn het meest bekend. Maar er zijn ook allerlei vlaggen, voorwerpen, getallen, dieren, feestartikelen en ga zo maar door.

Emoji’s kun je wel gebruiken op social media. Ze zijn gemakkelijker te begrijpen. En ze worden op Twitter en LinkedIn goed voorgelezen.

Ga wel spaarzaam om met emoji’s. Prop je er te veel in een bericht, dan is het eerder storend dan leuk. In de tweet hieronder staan zo veel emoji’s dat het nogal hysterisch overkomt op sommige mensen. Zeker in combinatie met de drukke afbeelding die erbij staat.

Gebruik een emoji nooit in plaats van een woord. Sommige mensen hebben hun screen reader zo ingesteld dat die emoji’s standaard overslaat. Zij missen dan dus iets.

27.6 Vul de alt-tekst altijd in

Op social media zie je bijna alleen maar posts met een afbeelding erbij. Je zou zelfs kunnen zeggen dat beeld de essentie van social media is. Zeker op Instagram.

Volgens de richtlijnen voor digitale toegankelijkheid hoef je alleen bij informatieve afbeeldingen een tekstueel alternatief te geven. Maar omdat beeld zo essentieel is op social media, kun je het daar beter bij iedere afbeelding doen.

Sommige social media-kanalen vullen automatisch zelf een alt-tekst in bij iedere afbeelding die je plaatst. Maar meestal is dat iets onzinnigs of onduidelijks. Dat is nog een reden om altijd zelf de alt-tekst in te vullen als je een afbeelding plaatst op social media.

In de LinkedIn-post hieronder zit een infographic. In die infographic staat met tekst en pictogrammen uitgelegd hoe Nederland weer open gaat na corona. De alt-tekst daarbij is: 'a close up of text and logo over a white background'. Iemand die de infographic niet ziet heeft daar helemaal niets aan. Ten eerste zegt het niets over de inhoud. Ten tweede is het een Engelstalige alt-tekst bij Nederlandstalige informatie.

Wat je in de alt-tekst zet is afhankelijk van de context.

27.7 Geef tekst in afbeelding een tekstueel alternatief

Op social media zie je veel afbeeldingen waar tekst in staat. Zet de tekst in de afbeelding ook in de alt-tekst. Dan krijgt iemand die de afbeelding niet ziet de informatie toch te horen.

Is de tekst in de afbeelding langer dan 125 tekens inclusief spaties? Dan past het niet in de alt-tekst. Neem de tekst uit de afbeelding dan over in tekst van het bericht. Je kunt ook alleen de essentie in de alt-tekst of de berichttekst zetten en een link maken naar een webpagina waar de volledige informatie staat.

In de Facebookpost hieronder staat een soort ranglijst van verzekeraars. De alt-tekst is: 'Gebruik je geld wijzer'. Via de link bij het bericht kom je bij een uitleg.

Het is beter om de essentie van de ranglijst in de alt-tekst te zetten. Dan hoeft iemand die voorleessoftware gebruikt niet weg te gaan van Facebook om toch de belangrijkste informatie mee te krijgen.

27.8 Live video hoeft niet toegankelijk

Denk bij live-video aan een webinar of een live stream van een gemeenteraadsvergadering. Dit hoeft niet toegankelijk te zijn. Het mag natuurlijk wel.

Als je een webinar of raadsvergadering achteraf beschikbaar maakt moet die video wel toegankelijk zijn. Het moet aan dezelfde eisen voldoen als een eerder opgenomen video.

27.9 Eerder opgenomen video moet wel toegankelijk

Dit zijn alle video’s die je eerst opneemt en daarna publiceert. Alle video’s van overheidsorganisaties die gepubliceerd zijn na 23 september 2020 moeten toegankelijk zijn. Die van daarvoor niet.

27.10 Toegankelijkheidseisen voor video

Let bij een video op het volgende:

  • Ondertiteling
  • Audiodescriptie
  • Bedienen met toetsenbord
  • Kleurcontrast
  • Geen betekenis met alleen kleur
  • Lichtflitsen
  • Achtergrondgeluid

Ondertiteling

Ondertiteling maak je niet alleen voor doven en slechthorenden, maar ook voor mensen die tijdelijk beperkt zijn. Bijvoorbeeld omdat ze in een stiltecoupé zitten. Sterker nog: 80% van de mensen die ondertitels gebruiken hebben geen auditieve beperking volgens 3PlayMedia.

Audiodescriptie

Audiodescriptie is een gesproken beschrijving van wat er te zien is. Het is nog niet mogelijk om een audiodescriptie toe te voegen aan YouTube-video’s.

Je kunt ook voorkomen dat een audiodescriptie nodig is, onder andere door alle informatie die alleen zichtbaar is ook hoorbaar te maken.

De tekst in een social media post telt mee als tekstueel alternatief voor een video. Zet daarom nooit alleen een linkje naar een video op social media. Schrijf er altijd bij waar de video over gaat.

Bedienen met toetsenbord

Video’s moet je kunnen bedienen met het toetsenbord. Zo kunnen ook mensen die de muis niet kunnen gebruiken je video bijvoorbeeld aan- en uitzetten.

Kleurcontrast

Kleurcontrast is in video net zo belangrijk als in afbeeldingen. De contrasteisen voor video zijn hetzelfde als voor afbeeldingen.

Geen betekenis met alleen kleur

In een video mag je geen betekenis overbrengen met alleen kleur. Als je alleen kleur gebruikt om betekenis over te brengen, is het onbegrijpelijk voor mensen die kleuren niet of niet goed zien.

Lichtflitsen

Lichtflitsen kunnen bij sommige mensen een epileptische aanval veroorzaken. Die kun je daarom beter vermijden.

Achtergrondgeluid

Achtergrondgeluid kan heel storend zijn voor slechthorenden. Probeer dat daarom tot een minimum te beperken.

top

Wat vind je van dit hoofdstuk?

Feedback

Contact

Vul dit in als je wil dat we contact met je opnemen.